Naar website particuliere beleggers

Begrippenlijst

A -
Aandelenmarkt: De aandelenmarkt is een wereld op zich met eigen vaktermen. Deze termen komen vooral van pas bij het analyseren van aandelen en de bedrijven die de aandelen uitgegeven hebben.

Aandelenindex: De aandelenindex is het gewogen gemiddelde van een aantal belangrijke aandelen. Vaak zijn dit de grootste aandelen van de beurs (zoals de AEX index in Nederland, de DAX-index in Duitsland en de Dow Jones Industrial Average in New York. Ook is het mogelijk dat er een aandelenindex wordt gecreëerd op een "mandje" aandelen uit een bepaalde sector, bijvoorbeeld van de aandelen in de auto-industrie. Enkele aandelenindices worden berekend op basis van alle aandelen die genoteerd zijn aan een beurs.

AEX: De Amsterdam Exchange Index (AEX) geeft een gewogen gemiddelde weer van de aandelenkoersen van de grootste aandelen op de Amsterdamse effectenbeurs en is een daarmee een graadmeter voor deze beurs. De Amsterdamse effectenbeurs is in handen van het bedrijf Euronext. Dit bedrijf beheert ook de AEX.

B -
Bearish: Wanneer wordt uitgegaan van een neerwaartse markt of tendens.

Basket: Verzameling obligaties of aandelen om een index na te bootsen of het risico te spreiden. Nederlands: mand

Bel20: De Bel20 is de leidende index voor Euronext Brussel. Hij bestaat uit maximaal 20 aandelen,(momenteel nog 19 na de fusie van Almanij en KBC), die gekozen worden door de marktautoriteiten van Euronext, op basis van een aantal criteria. Eerst en vooral dienen ze een voldoende hoge marktkapitalisatie te bezitten. Daarna worden de aandelen gerangschikt volgens hun vrije marktkapitalisatie. De Bel20 is opgericht op 18 maart 1991.

Bèta: Cijfer uit de statistiek dat aangeeft hoeveel procent een aandeel in koers verandert ten opzichte van een gegeven index, die per definitie een bèta van 1 heeft. Wordt beschouwd als risicometer: hoe lager de bèta , hoe lager het risico; hoe hoger de bèta, hoe hoger het risico. Als bijvoorbeeld de bèta 1,5 is, zal bij een indexverandering van 1% de koers van het betrokken aandeel met 1,5% in koers veranderen.

Beurshandel: Beurshandel is het handelen in aandelen, opties en andere effecten, een soort actuele, maar ook virtuele waardebepaling van beursgenoteerde bedrijven. De koers van het ogenblik bepaalt de prijs en de winst bij verkoop, hoewel er een aantal veel ingenieuzere constructies zijn bedacht voor deze vorm van handel. In Nederland mogen alleen NV's een beursnotatie aanvragen.

Beurswaarde: De waarde die effecten vertegenwoordigen bij verkoop op de beurs.

Biedprijs (Bid): De biedprijs is de prijs waarop een goed door degene die het wenst te kopen te koop wordt gevraagd.

Blue Chips: Aandelen van grote vermaande ondernemingen. Het zijn hoofdzakelijk aandelen met een zeer grote beurskapitalisatie.

Bolb: Engelse afkorting die wordt gebruikt voor Bundesobligationen, Duitse staatsobligaties met een looptijd van vijf jaar. Dit contract heeft een onderliggende waarde van 100,000 euro. De Bobl future heeft een waarde van 10 euro per basispunt (0,01 punt). Bij een koersverandering van 112,09 naar 113,09 verdient u 1000 euro, als u het contract gekocht heeft en verliest u 1000 euro, als u het contract verkocht had.

Break-even-point: Het punt waarop verlies noch winst wordt gemaakt.

Brent: Term voor olie die in de Noordzee wordt gewonnen.

Bund: Een in Londen en Frankfurt verhandeld termijncontract op Duitse staatsleningen. Dit is de graadmeter voor inflatie- en renteverwachtingen op het Europese vasteland. 

C -
CAX 40 (Frankrijk 40): Door Euronext onderhouden en berekende beursgraadmeter van de lokale Franse effectenmarkt. De CAC40 is een gewogen index die is gebaseerd op de koersen van de 40 meest verhandelde Franse ondernemingen die staan genoteerd op de effectenbeurs van Euronext. De effectieve aandelenomzet is bepalend of een fonds wordt opgenomen in de CAC40. Jaarlijks wordt de CAC40 herwogen. Op de CAC40 worden opties en futures verhandeld.CAC is een afkorting van Cotation Assistée Continue.

Call optie: Een verhandelbaar recht om op een bepaald moment in de toekomst een afgesproken hoeveelheid van een onderliggende waarde te kopen tegen een vooraf afgesproken prijs.

Candlesticks: Een in 1600 in Japan ontwikkelde technische methode om de prijs van rijst te analyseren. Deze techniek geeft de openingsprijs, de sluiting en het hoogste en laagste punt van een product over een bepaalde periode weer. Elke Candle geeft een bepaald patroon aan.

Cash dividend: Een dividenduitkering in geld. Dividenduitkering kan ook gebeuren in de vorm van aandelen, in dat geval spreken we van een stock dividend.

Cash settlement: Van cash settlement is sprake wanneer bij uitoefening van het recht van een optie of een warrantde winst (het verschil tussen de uitoefenprijs en koers van de onderliggende waarde) rechtstreeks wordt uitgekeerd, zonder dat de onderliggende waarde daadwerkelijk wordt gekocht of verkocht.

CBOE: Afkorting van Chicago Board Options Exchange, ofwel de optiebeurs in Chicago

CBOT: Afkorting van Chicago Board Of Trade is een globaal commodity future beurs en verhandeld treasury bonds, graan, sojabonen, tarwe, goud, zilver en vele meer.

CFD: Een CFD staat voor Contract for Difference. Dit is een overeenkomst tussen twee partijen waarbij het verschil tussen openingsprijs en slotprijs wordt uitgewisseld. Met dit financiële product kunt u profiteren van zowel een stijgende als een dalende markt.
Chart: Engelse term voor koersgrafiek. Charts worden onder andere gebruikt bij de technische analyse van de effectenmarkt of van een individueel fonds.

Commodity: Bulkproduct waarvan de prijs geheel door vraag en aanbod wordt bepaald, zoals olie, graan en koffie.

Commodity Market: De markt voor agrarische termijnproducten van Euronext. De agrarische termijnmarkt is onderdeel van de Commodity Market, die weer een onderdeel is van de optiebeurs van Euronext. Op de commodity markt van Euronext kan worden gehandeld in termijncontracten op aardappelen, biggen, levende slachtvarkens, eieren, koolzaad, maalbare tarwe, wijn en maïs en opties op termijncontracten varkens en aardappelen.

D -
DAX 30: Deutscher Aktien IndeX. De DAX is samengesteld uit de 30 meest verhandelde aandelenfondsen die staan genoteerd op de Duitse effectenbeurs (Deutsche Börse) in Frankfurt. De DAX wordt algemeen beschouwd als de belangrijkste Duitse beursbarometer.

Delta: De delta-coëfficiënt geeft de procentuele verandering van de optiepremie ten opzichte van een koersverandering van de onderliggende waarde aan. De delta evolueert met de koerspositie van de onderliggende waarde tegenover de uitoefenprijs. Een optie of warrant heeft een hogere delta naar mate hij verder in-the-money is. De waarde varieert tussen de 0 en 1.

Deposito: Voor een bepaalde tijd aan de bank toevertrouwd geld. Tijdens deze periode is het tegoed in beginsel niet opvraagbaar.

Derivaten: Opties, future’s, warrants of agrarische termijn-contracten zijn derivaten of ‘afgeleide producten’ die worden verhandeld op een onderliggende waarde zoals aandelen, indices, valuta’s of commodities.

Dividend: Winstuitkering aan de houder van een aandeel. Na uitkering van het dividend (het aandeel gaat exdividend)valt de koers van het aandeel meestal terug.

Doorrollen: Het sluiten van een optiepositie waarbij tegelijkertijd een nieuwe optiepositie met een langere looptijd wordt ingenomen.

Dow Jones: Dow Jones & Company (NYSE) is een Amerikaans uitgeverij- en financiële informatieconcern.

E -
EBITDA, earnings before taxes depreciation and amortization: Resultaten voor aftrek van interest, belastingen, afschrijvingen en goodwill amortisatie.

ECB, Europese centrale bank: Dit is de monetaire autoriteit van euroland sinds de introductie van de euro. De ECB waakt over de positie van de euro, tracht inflatie in euroland binnen de gestelde norm te houden en stelt de officiële rentetarieven in euroland vast.

Effecten: Effecten is een verzamelterm voor verhandelbare rechten die een financiële waarde vertegenwoordigen, zoals aandelen, obligaties, opties en termijncontracten.

Euribor: De Euribor staat voor European Interbank Offered Rate. Dit is een variabele rente die elke dag opnieuw wordt vastgesteld.

Euronext: Euronext is de naam van de internationale, pan-Europese beursmaatschappij die in 2000 ontstond door de fusie van de beurzen van Parijs (ParisBourse), Brussel (Brussels Exchanges) en Amsterdam (Amsterdam Exchanges).

Ex dividend: Aanduiding bij de koers van een aandeel om aan te geven dat het aandeel geen recht meer geeft op het uit te keren dividend.

Expiratie: Het ophouden te bestaan, expireren, van een optie of een future. Een optie heeft een beperkte looptijd, na het bereiken van de einddatum (expiratiedatum) bestaat de optie niet meer. />

F
Financieringskosten: Bij CFDs long worden financieringskosten berekend. Dit omdat uw Broker het grootste deel van uw belegging in de onderliggende waarde financiert. De financieringskosten worden elke nacht berekend ook in het weekend.

Financieringsopbrengsten: Bij CFDs short worden financieringsopbrengsten uitgekeerd. Dit omdat u als het ware uw beleggingen heeft verkocht waarover u een rentevergoeding van uw broker krijgt. De Financieringsopbrengsten worden elke dag uitgekeerd ook over het weekend.

Fonds: Beursterm voor een bedrijf waarvan de aandelen of opties daarop worden verhandeld op de beurs.

FTSE 100: De Financial Times Stock Exchange Index (kortweg de FTSE 100; uitgesproken als "foetsie") is de belangrijkste graadmeter van de effectenbeurs van Londen. De samensteller van de index was oorspronkelijk een joint venture tussen de krant de Financial Times en de beurs de London Stock Exchange. Tegenwoordig is de FTSE een zelfstandige onderneming.

Future: Anders dan bij opties hebben bij futures zowel de koper als de verkoper een verplichting en is er geen premiebetaling. Op de optiebeurs kan worden gehandeld in futures (termijncontracten) op indices, aandelen, vastrentende producten en agrarische producten. Nederlands; termijncontract.

G -
Gamma: Het gamma geeft aan in welke mate de delta van een optie verandert als gevolg van een koersverandering van de onderliggende waarde. Bij een delta van 50 en een gamma van 5 zal bij een een stijging van de onderliggende waarde met 1, de delta naar 55 stijgen. (zie ook delta)

Gearing: De mogelijke winst op een optie, future of warrant kan procentueel hoger zijn dan de mogelijke winst op de onderliggende waarde, omdat kan worden volstaan met een geringere investering terwijl de winstkansen gelijk zijn. Synoniem: hefboomeffect of leverage.

Gegarandeerde Stop: Een gegarandeerde stop werkt op dezelfde manier als een stop-order. Maar een stop-order is niet gegarandeerd. Dus als de markt inklapt, kan de stop worden uitgevoerd tegen een slechtere koers dan gevraagd. Een gegarandeerde stop betekent dat de garantiegever er voor zorgt dat de order tegen de gevraagde koers wordt uitgevoerd, zelfs als deze niet is gedaan in de markt. Voor dit soort orders wordt meestal een premie in rekening gebracht die vergelijkbaar is met een verzekeringspremie.

Good Till Cancelled: Een doorlopende effectenorder, de opgegeven order blijft geldig totdat deze wordt uitgevoerd door de commissionair of Floor Broker of totdat de order wordt geannuleerd door de opdrachtgever.

Goodwill: Immateriële activa die te danken is aan een overname. De betaalde goodwill bij een overname is het verschil tussen de prijs die voor een overgenomen bedrijf is betaald en de waarde van eigen vermogen van het bedrijf.

H -
Hedgen: Afdekken van het prijsrisico op een positie door het aangaan van een andere positie.

Hefboomwerking: De mogelijke winst op een optie, future of warrant kan procentueel hoger zijn dan de mogelijke winst op de onderliggende waarde, omdat kan worden volstaan met een geringere investering terwijl de winstkansen gelijk zijn. Synoniem: gearing of leverage.

I -
Index: Een index is gebaseerd op de totale waarde van een mandje van aandelen, waar ieder aandeel een bepaalde weging in heeft. Indices kunnen worden gebruikt als “beursbarometer”, benchmark en als onderliggende waarde voor opties en futures. 

Indices: De verschillende indices worden gebruikt als benchmark voor de onderliggende. Zo is de AEX-index een benchmark voor de Nederlandse hoofdfondsen en is de DAXX de benchmark voor de Duitse hoofdfondsen. Via CFDs kunt u direct handelen in een ruim assortiment aan indices

Initial margin: Engelse term voor waarborgsom. Bij het openen van de future-positie moet door zowel de koper als de verkoper een waarborgsom worden gestort.Daarnaast bestaat er een variation margin die dagelijks wordt verrekend met de openstaande positie.

Institutionele beleggers: De verzamelnaam voor grote, niet-particuliere beleggers zoals beleggingsmaatschappijen en pensioenfondsen.

Intrinsieke waarde: Bij aandelen de theoretische waarde van een aandeel. Berekening: activa minus passiva gedeeld door het aantal uitstaande aandelen. Bij opties: het verschil tussen de koers van de onderliggende waarde en de uitoefenprijs.

IOB: Op de LSE worden Britse aandelen en internationale depotbewijzen (GDR) verhandeld. Klanten van TAL kunnen alle orders weergeven en alle transacties plaatsen. Zij hebben toegang tot alle uitvoerbare koop- en verkooporders tegen alle bied- en laatkoersen voor SETS (Stock Exchange Electronic Trading Service), SETSmm (voor mid caps en zeer liquide small caps) en het International Order Book (IOB). Het IOB is momenteel het grootste internationale, elektronische orderboek ter wereld en dekt maandelijks meer dan US$ 10,8 miljard in liquiditeit.

K -
Kapitaalmarkt: De markt waarop in effecten wordt gehandeld. Er wordt een onderscheid gemaakt tussen de openbare kapitaalmarkt die voor iedereen toegankelijk is, zoals een effecten- of een optiebeurs en de onderhandse kapitaalmarkt. De onderhandse kapitaalmarkt is niet voor iedereen toegankelijk, potentiële (professionele) beleggers worden gericht benaderd door de aanbieder van de transactie.

Koers: De waarde van een effect op een bepaald moment. Koersen van effecten zijn variabel.

Koersbeweging: De verandering in opwaartse en neerwaartse richting van de waarde van een effect. Stijgt de koers, dan wordt een effect meer waard. Daalt de koers dan wordt een effect minder waard.Koersbewegingen worden onder andere veroorzaakt door veranderingen in vraag en aanbod op de financiële markten en door (inter)nationale economische ontwikkelingen.

L -
Laatprijs: De prijs die ‘de markt’ wil ontvangen voor de verkoop van een bepaald effect.

Leverage: De mogelijke winst op een optie, future of warrant kan procentueel hoger zijn dan de mogelijke winst op de onderliggende waarde, omdat kan worden volstaan met een geringere investering terwijl de winstkansen gelijk zijn. Synoniem: hefboomeffect of gearing.

Libor: De Libor staat voor London Interbank Offered Rate. Dit is een variabele rente die elke dag opnieuw wordt vastgesteld.

Limietorder: Boven de genoemde prijs mag niet worden gekocht en onder de genoemde prijs mag niet worden verkocht.

Liquiditeit: De markt is liquide indien er voldoende kopers en verkopers zijn om een vlotte handel te waarborgen.Een vlotte handel is nodig om tot een correcte marktprijs te komen. De grootte van de omgezette volumes geeft een goede indicatie van de liquiditeit.

Longpositie: Een gekochte positie. Het tegenovergestelde is een shortpositie.

Looptijd: De periode tot de expiratie- of aflossingsdatum.

M -
Mandje: Pakket van verschillende aandelen die gezamenlijk worden verhandeld. Een mandje kan bijvoorbeeld het pakket aandelen zijn waaruit een index is samengesteld.

Margin: Een verplicht aan te houden reservering in geld of aandelen ter dekking van een shortpositie. De hoogte van de marginverplichting kan dagelijk fluctueren.

Marktkapitalisatie: Aantal uitstaande aandelen vermenigvuldigs met de koers, ook wel beurswaarde genoemd.

Market Maker: Een toegelaten instelling van de beurs die voor eigen rekening en risico een markt onderhoudt in een of meerdere optiefondsen. Market Makers hebben een liquiditeitsverhogende functie. Een Market Maker handelt niet voor derden.

Midkap: Het middensegment van de effectenbeurs van Euronext. Dit zijn aandelen met een geringere marktkapitalisatie en een geringere effectieve omzet dan de hoofdfondsen. De Next 150 index is de barometer voor de op de effectenbeurs van Euronext genoteerde ondernemingen in het middensegment. De Amsterdam Midkap-index (AMX-index) geeft het koersverloop van de in Nederland genoteerde ondernemingen in het middensegment weer.

N -
NASDAQ: De afkorting voor National Association of Securities Dealers Automated Quotations (Nederlands: Nationale Associatie van Effectenhandelaren Automatische Prijsstelling), is een beurs die wordt bedreven door de Amerikaanse National Association of Securities Dealers. Op deze beurs worden vooral aandelen van technologische bedrijven verhandeld.

NYSE: De New York Stock Exchange (NYSE) is de op een na grootste aandelenbeurs ter wereld, na NASDAQ. NYSE wordt geleid door het bedrijf New York Stock Exchange, Inc., dat geen winstdoelstelling heeft.

O -
Obligatie: Verhandelbaar schuldbewijs dat deel uitmaakt van een lening. OESO-landen: Landen die lid zijn van de 'Organisatie van Economische Samenwerking en Ontwikkeling'. Dit zijn bijna alle industriële landen in de wereld.

Optie: Het op de optiebeurs verhandelbare recht om een bepaalde vaste hoeveelheid onderliggende waarde (bijvoorbeeld aandelen) te kopen of te verkopen tegen een vooraf vastgestelde prijs gedurende een bepaalde periode. De koper krijgt tegen betaling van een premie het recht om tot zekere datum een onderliggende waarde tegen een vooraf vastgestelde prijs te kopen of te verkopen aan de verkoper (schrijver) van die optie. De verkoper of schrijver van de optie heeft op zijn beurt een premie ontvangen voor de verplichting om deze onderliggende waarde te kopen of te verkopen tegen een vooraf gestelde prijs tot de expiratiedatum.

Orderboek: De algemene benaming voor een administratief systeem voor de handel in aandelen en opties waarin gelimiteerde orders, waarvan uitvoering (nog) niet mogelijk is, centraal worden beheerd en indien mogelijk alsnog worden uitgevoerd.

Over the counter (OTC): De Engelse term voor effectentransacties tussen marktpartijen onderling en die niet op een centrale marktplaats, de beurs,worden aangeboden en verhandeld. Ook de afwikkeling van deze transacties (clearing) kan onderling worden afgesproken.

P -
Put optie: Een put-optie is het recht op het verkopen van aandelen. Niet alleen het aandeel zelf, maar ook dit recht kan gekocht of verkocht worden. De put-optie is het tegenovergestelde van de call-optie.

Q -
Quote: Dit is zowel de bied- als de laatprijs die op een bepaald moment in een bepaald fonds of een bepaalde serie door de markt wordt geboden en gelaten. Nederlands: noteren.

R -
Rente: Vergoeding voor het uitlenen van geld. Rentedekking: De mate waarin een bedrijf uit de winst voor aftrek van belastingen en te betalen rente aan zijn renteverplichtingen kan voldoen.

Risico: Risico is de kans dat een gebeurtenis plaatsvindt vermenigvuldigd met het effect van die gebeurtenis en de kans dat een bepaald scenario waarin de eerder genoemde kans plaatsvindt voorkomt (dit in tegenstelling tot het begrip onzekerheid waarbij de kansen niet bekend zijn). Dit effect kan positief danwel negatief zijn. Meestal wordt het woord echter in de negatieve zin gebruikt. Het risico is tevens de blootstelling vermenigvuldigd met het effect en de waarschijnlijkheid. Bij dit laatste gaat het voornamelijk om langdurige processen, bij de eerste definitie gaat het vaak om plotselinge gebeurtenissen.

Rollover: Vervangen van een optiepositie door één met een latere afloopmaand of andere uitoefenprijs. Synoniem: doorrollen.

S -
S & P 500 index: De door Standard’s & Poor ontwikkelde en berekende index waarin de aandelen van 500 Amerikaanse ondernemingen zijn opgenomen. De S & P 500 index werkt volgens het sector classificatiesysteem. De S & P 500 werd in 1926 voor het eerst berekend en bestaat sinds 1957 uit 500 ondernemingen. Tezamen met de Dow Jones Industrial Average index behoort de S & P 500 index tot de meest bekeken beursbarometers ter wereld. Futures op de S & P 500 behoren tot de meest verhandelde ter wereld.

Schatkistpapier: De verzamelnaam voor staatsobligaties met een looptijd van maximaal 5 jaar.

Schatz: De Schatz future is een rente future afgeleid van de tweejaars rente en heeft een theoretische coupon van 6%. Mogelijke leverbare leningen moeten een looptijd hebben, die ligt tussen de 1,75 en 2,25 jaar.

Short gaan: Het verkopen van effecten die men niet in bezit heeft.

Shortpositie: Positie waarbij de verkoper stukken heeft verkocht die hij niet had. Bijvoorbeeld bij het schrijven van opties. Tegenovergestelde; longpositie.

Small caps: Beursgenoteerde bedrijven met een relatief lage marktkapitalisatie.

Solvabiliteit: De mate waarin het een onderneming in staat is om op lange termijn aan haar verplichtingen te voldoen. De solvabiliteitsratio is het eigen vermogen gedeeld door het totaal vermogen, maal 100%.

Spread (1): Het verschil tussen de biedprijs en de laatprijs. De laatprijs is altijd hoger dan de biedprijs. De spread is te berekenen door de bid van de ask af te trekken. Tevens: het aanhouden van een long- en een shortpositie in een of meerdere series van dezelfde optieklasse.

Spread (2): Het verschil tussen 2 effectieve rendementen van obligaties, bijvoorbeeld tussen staats- en bedrijfsobligaties, tussen 2 landen, of tussen korte- en langetermijnleningen.

Spread Betting: Een vooral in het VK populaire manier van beleggen waarbij u zelf u inleg bepaald per punt van de onderliggende waarde.

Staatsobligatie: Een staatsobligatie (ook wel staatslening) is een obligatie aangegaan door een overheid. In Nederland worden deze obligaties op de markt gebracht door het Agentschap van het ministerie van Financiën, gevestigd in Amsterdam. Dit agentschap trekt langlopende en kortlopende leningen aan om het financieringstekort van het Rijk te dekken.

Stockdividend: Winstuitkering aan de aandeelhouders in aandelen in plaats van in contanten. Zie ook cash dividend.

Stop order: Een order voor een effectenhandelaar om te kopen of te verkopen voor de marktprijs als het aandeel een specifieke prijs is gepasseerd die we de stop prijs noemen.

Stoploss: Niveau waaronder (long-positie) of waarboven (short-positie) geadviseerd wordt afscheid te nemen van de positie. Een geadviseerde koop voor aandeel X op 25 met een stoploss op 20 betekent dus dat geadviseerd wordt aandeel X te kopen op 25, maar het risico te beperken tot 20. Onder 20 wordt met andere woorden weer geadviseerd te verkopen.

Stop loss order: Een aankooporder die moet worden uitgevoerd op de gelimiteerde koers of hoger, of een verkooporder die moet worden uitgevoerd op de gelimiteerde koers of lager.

Strike: Engelse term voor de uitoefenprijs van een optie. Surseance van betaling: Een door een rechtbank verleend uitstel van betaling aan een bedrijf of andere organisatie. Uitstel wordt verleend op verzoek van het bedrijf of organisatie omdat het op een bepaald moment niet aan zijn betalingsverplichtingen kan voldoen maar verwacht dat op afzienbare termijn wel zal kunnen. />/>/>/>/>/>/>/>

T
Termijncontract: Bij een termijncontract wordt een prijs afgesproken om waarden te kopen of te verkopen op een in de toekomst gelegen moment. Het verschil met opties is dat het termijncontract zowel een recht als een plicht is. De transactie wordt dus altijd uitgevoerd. De waarde van een termijncontract kan zo een positieve waarde, een negatieve waarde als de waarde nul hebben.

Treasury bonds: Amerikaanse overheidsobligaties met een lange looptijd (5 tot 35 jaar).

Treasury notes: Middellanglopend Amerikaans schatkistpapier (1 tot 10 jaar).

Trend: Technische analyse term die de richting van de onderliggende waarde aangeeft. Er kan sprake zijn van een uptrend (stijgend verloop), downtrend (dalend verloop) of trading range (horizontaal verloop binnen een trading range).

U -
Uitgiftekoers: De koers waarop de uitgifte van aandelen of obligaties plaatsvindt. Synoniem: emissiekoers.

Uitoefenen: Het gebruikmaken van het kooprecht bij een calloptie en het verkooprecht bij een putoptie. Engels: exercise.

V -
Valuta: Een valuta is een officieel geldig betaalmiddel van een land. Voorbeelden van valuta's zijn: euro, Amerikaanse dollar, Engelse pond.

Volatiliteit: In de financiële markten is de volatiliteit (Engels: volatility) de mate van beweeglijkheid van een aandeel of een ander financieel product zoals een aandelenindex of valuta. Stabiele beursfondsen zoals Unilever en Royal Dutch Shell hebben een vrij lage volatiliteit. Aandelen die vaak en extreem bewegen zoals Crucell hebben daarentegen een hoge volatiliteit.

Volume: Het aantal aandelen dat verhandeld wordt op een dag op de beurs. Vooral het volume per maand of per jaar is van belang. Zo kan met het gemiddelde volume per dag berekenen. Wanneer er groot nieuws wordt aangekondigd zal het volume veel hoger liggen dan het gemiddelde. Het volume van een aandeel geeft aan welke mate het aandeel liquide is. Aandelen die een groot volume laten optekenen, zijn gemakkelijk verhandelbaar

W -
Waarborgsom: synoniem voor margin, dekkingsverplichting of depotverplichting.

Warrant: Geeft het recht, doch niet de verplichting om tot een vooraf bepaalde vervaldag een onderliggende waarde te kopen (call) of te verkopen (put) tegen een vooraf bepaalde uitoefenprijs.

X -

Y -
Yield: Engelse term voor het rendement op effecten uitgedrukt in een percentage.

Z -

Direct contact

Telefoon +31 (0) 13 5716051
Informatie Contact formulier
E-mail info@capitalintervest.nl
© Copyright 2013 Capital Intervest Design by Visited